Herziening LULUCF-verordening en de gevolgen voor de vastgoedsector

Intro


Als onderdeel van de Klimaatvereenkomst van Parijs, die de Europese Unie ratificeert op 5 oktober 2016, introduceren de Europese Raad en het Europees Parlement op 30 mei 2018 de verordening inzake opname en verwijderingen van broeikasgassen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (hierna: LULUCF). Deze verordening bevat een bindende verplichting voor elke lidstaat om te zorgen dat de verantwoorde emissies door landgebruik volledig worden gecompenseerd door een gelijkwaardige verantwoorde verwijdering van CO2 uit de atmosfeer. Dit staat bekend als de "no debit"-regel. Die emissies vinden plaats als gevolg van o.a. ontbossing, bosbranden, het droogleggen van moerassen en de omzetting naar ander landgebruik.


In het kader van de Green Deal kondigt de Europese Commissie op 14 juli 2021 een reeks maatregelen aan om tegen 2050 klimaatneutraliteit in Europa te bereiken. Één van de maatregelen is de herziening van de LULUCF-verordening. De Europese Commissie stelt dat de LULUCF-sector een belangrijke rol speelt bij de verwezenlijking van een broeikasgasarme economie. In deze blog bespreken we het voorstel en de gevolgen voor de vastgoedsector.


Voorstel Europese Commissie


De LULUCF-verordening richt zich tot de sector van landgebruik[1], verandering in landgebruik en bosbouw. De verordening verplicht elke lidstaat om bij de Europese Commissie nationale boekhoudkundige plannen voor bosbouw in te dienen, alsook het referentieniveau[2] voor bossen. Via de boekhoudregels dienen de lidstaten nauwkeurig de wijzigingen in het koolstofreservoir van geoogste houtproducten weer te geven.


De belangrijkste doelstelling van de Europese Commissie is om tegen 2035 klimaatneutraliteit te bereiken in de LULUCF-sector, waarbij een evenwicht wordt gezocht tussen de emissies en verwijderingen. De Europese Commissie meent dat het vermogen van de LULUCF-sector om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen tussen 2013 en 2018 met 20% is afgenomen. Redenen hiervoor zijn o.a. de toename van de houtoogst, aanhoudende emissies van organische bodems, een gebrek aan stimulansen en het ontbreken van een geïntegreerd beleidskader.


Voorstel Europese Commissie op nationaal niveau:

  • Voor de periode tot 2025 blijven de bestaande LULUCF-voorschriften van kracht

  • Voor de periode 2026-2030 zal de koolstofput vergroot worden: een reductie van 310 megaton CO2-equivalent tegen 2030

  • Lidstaten zijn verplicht om bij te dragen aan de klimaatneutraliteit tegen 2035: in 2024 dienen lidstaten in hun nationale energie-en klimaatplannen toe te lichten hoe ze voormelde doelstelling gaan bereiken


De huidige LULUCF-regels bieden de lidstaten reeds flexibiliteits- en handelsopties om buitensporige emissies, als gevolg van natuurlijke verstoringen, uit te sluiten. Het voorstel van de Europese Commissie zal echter voor de periode 2026-2030 de flexibiliteitsregels aanpassen en verbeteren en biedt volgende opties aan lidstaten die hun streefcijfers niet kunnen behalen:

  • Verwijderingseenheden kopen van lidstaten die beter hebben gepresteerd dan hun streefcijfers;

  • Een deel van hun jaarlijkse emissieruimten in het kader van de verordening inzake de verdeling van de inspanningen schrappen als zij beter presteren dan hun streefcijfer, en die ruimte gebruiken om hun streefcijfer te behalen;

  • Gebruikmaken van hun wettelijk bepaald deel van een algeheel flexibiliteitsmechanisme, waardoor lidstaten een bepaalde mate van flexibiliteit genieten, mits de algehele EU-doelstelling van 310 megaton reductie wordt gehaald;

  • Een aanvullend deel vanuit het algehele flexibiliteitsmechanisme aanvragen, mits de desbetreffende lidstaat alle andere beschikbare flexibiliteit heeft uitgeput en de algehele doelstelling van de Unie van 310 megaton reductie wordt behaald.


Voorstel Europese Commissie op EU-niveau:

  • Tegen 2035: klimaatneutraliteit LULUCF-sector, met inbegrip van emissies van vee of gebruik van meststoffen

  • Het ontwerp van een eerlijk, flexibel en geïntegreerd beleidskader voor en de verbetering van de monitoring en verslaglegging (bv: meer gebruik maken van geografische gegevens en teledetectie)

  • Verbeterd stimuleringskader voor koolstofopslag in duurzame houtproducten voor circulair gebruik

  • Eind 2025 zal de Europese Commissie streefcijfers voor de lidstaten en mogelijke maatregelen voor de hele Europese Unie voorstellen voor de periode 2030



De bossen onder de LULUCF-verordening


Volgens artikel 3 van de LULUCF-verordening valt onder bosgebied elk grondgebied dat voldoet aan de minimumwaarden voor grondoppervlak en kroonbedekking waarvan de potentiële boomhoogte in volwassen staat voor iedere lidstaat is aangegeven in Bijlage II van de verordening. Voor België geldt het volgende: minimale boomkruinbedekking 20 %, minimaal landoppervlak 0,5 ha en minimumhoogte bij volwassenheid 5m. Voor Zweden is dit respectievelijk 10 %, 0, 5 ha en 5m.

Zweden - volgens het Europees Milieuagentschap de op twee na grootste houtexporteur ter wereld – hanteert sinds enkele decennia het principe van de regenerating forests, waarbij een nieuw bos wordt geplant wanneer een oud bos wordt gekapt. Doordat jonge bomen sneller groeien, absorberen ze meer CO2. Door constante monitoring en moderne technologie wordt bekeken welke bomen moeten worden gekapt en welke niet.


Gevolgen LULUCF voor bouwsector


Duurzame bouwmaterialen


De Europese Commissie stelt in haar voorstel dat de hogere LULUCF-doelstellingen onder meer met subsidies voor bio-energie kan aanzetten tot het gebruik van duurzamere en biodiversiteitsvriendelijke biomassabronnen. De herziening van de LULUCF-verordening zou dus een verschuiving betekenen van de bio-economische sectoren naar een duurzaam, langdurig en circulair gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Reeds in een mededeling van 2012 stateert de Europese Commissie dat de op biologische materialen gebaseerde sector (zoals de bouwsector) kan gebruikmaken van gewassen die worden verbouwd ter vervanging van bepaalde materialen, bijvoorbeeld:

  • hennep en gras voor isolatie in plaats van glasvezels;

  • stro voor de productie van meubelen;

  • of energie op basis van biomassa in plaats van fossiele brandstoffen


Volgens het voorstel van de Europese Commissie kan het positieve klimaatmitigatie-effect van houtproducten met een lange levensduur worden gemaximaliseerd door het gebruik ervan te heroriënteren ten opzichte van alternatieven met een korte levensduur, zoals energie. De hele waardeketen van de bouwsector zou aan vaardigheden kunnen winnen, onder meer door:

  • De toepassing van klimaatgerichte verbeteringen in het bosbeheer

  • De uitrusting van zagerijen om beter om te gaan met hout van lagere kwaliteit

  • De bevordering van het ontwerpen en de engineering van gebouwen op houtbasis

  • De vergemakkelijking van de toegang tot houtafval om de recuperatie en het hergebruik ervan te bevorderen.


Koolstofopname in gebouwen


Volgens voormelde mededeling van de Europese Commissie uit 2012 blijkt dat koolstofopname in gebouwen mogelijk is wanneer het constructiehout de koolstof intensieve bouwmaterialen – zoals staal en beton – vervangt en simultaan de koolstof blijft opslaan die is opgenomen door de bomen waarvan het hout afkomstig is. Uit de ‘Swedish approach to sustainable wood use’ (2019) blijkt dat ongeveer 2 ton kooldioxide-uitstoot wordt vermeden voor elke ton hout die in gebouwen wordt gebruikt. Inspanningen om het gebruik van timmerhout in gebouwen te verhogen, alsook het gebruik van composietmaterialen gemaakt van houtresiduen van lage kwaliteit, kunnen de wereldwijde koolstofbalansen verbeteren.


Integratie bouwshift in LULUCF-verordening


Een rapportage van de Vlaamse Miliemaatschappij stelt dat in Vlaanderen de belangrijkse bronnen van broeikasgasemissies voortkomen uit de omzetting van:

  • Grasland naar akkerland

  • Bossen naar grasland

  • Bossen naar bebouwing en infrastructuur

  • Grasland naar bebouwing en infrastructuur


Cijfers van het Departement Omgeving Vlaanderen wijzen erop dat het ruimtebeslag – aandeel van de ruimte dat is ingenomen door huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur of recreatieve doeleinden – in Vlaanderen tussen 2013-2019 is gestegen van 32,5% naar 33,3%. Het ruimtebeslag zorgt echter voor toenemend koolstofverlies uit de bodem. In een Parlementair Vraag en Antwoord van 22 februari 2021 verduidelijkt minister Zuhal Demir hoe ze dit koolstofverlies wil tegengaan. Zo zal Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen via haar beleidslijnen het koolstofverlies in het kader van de LULUCF-verordening trachten tegen te gaan door:

  • Tegen 2040: het bijkomend gemiddeld dagelijks ruimtebeslag reduceren tot 0 ha (bouwshift)

  • Tegen 2050: verhardingsgraad in de bestemmingen landbouw, natuur en bos ten minste met 20% reduceren tov 2015

  • Het niet-verhard ruimtebeslag beheren in functie van koolstofopslag


De bouwshift, reeds besproken in een vorige blog, kan dus bijdragen tot de tenuitvoerlegging van de LULUCF-verordening.





[1] Akkerbouw, grasteelt, huisvesting, industrie, diensten of recreatie (bron: statistiek Vlaanderen) [2] Dit referentieniveau is een raming, uitgedrukt in CO2-equivalent per jaar, van de gemiddelde jaarlijkse netto-emissies- en verwijderingen afkomstig van beheerde bosgrond op het grondgebied van een lidstaat




74 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven